Historie
Na meer dan een eeuw schaart Kapiteyn zich onder de meest gerenommeerde Nederlandse bedrijven die zich hebben gespecialiseerd in de teelt, veredeling en verkoop van bloembollen. Met de derde generatie aan het roer en de vierde in aantocht wordt het familiebedrijf nog altijd verder uitgebouwd. Een kort overzicht.
1898
Hoe alles is begonnen
Leonardus (Leen) Kapiteijn werd baas bij een nieuw bollenbedrijf in Lisse dat door een bevriende collega van hem was opgericht. In een plantboekje hield hij precies bij welke soorten er jaarlijks werden geplant, geoogst en verwerkt. Een bedrijf leiden doe je op basis van detail en rendement.
1920
Kennis is onze kracht
Het vergaren van kennis is altijd heel belangrijk geweest binnen het familiebedrijf. Leen Kapiteijn legde hiervoor de basis en op het gebied van soortenkennis sleepte hij in zijn gouden jaren heel veel prijzen in de wacht. Deze kennis en zijn ondernemerschap bracht hij weer over op zijn zonen, die hij daarnaast verplichtte om in Engeland en Frankrijk de taal van het land te gaan leren.
1926
Start Gebroeders Kapiteyn
Twee zonen van Leen Kapiteijn, Jan en Cornelis, kochten aan de Meerweg vier hectare land en een boerderij aan en richtten samen de firma Gebroeders Kapiteyn op. Met raad en daad bijgestaan door hun vader Leen en broer Adriaan gingen zij daar van start met de teelt van bloembollen. Als één van de eerste bloembollenkwekers verhuisden Jan en Adriaan naar de kop van de provincie Noord-Holland. Dit deel van Nederland is inmiddels uitgegroeid tot het grootste aaneengesloten bloembollengebied van de wereld.
1930
Eerste werknemers in vaste dienst
Doordat het familiebedrijf bleef groeien, werden beginjaren dertig de eerste werknemers in vaste dienst genomen. Sommigen van hen hadden het zo goed naar hun zin dat zij veertig jaar of meer, tot aan hun pensionering, het bedrijf trouw zouden blijven. In de beginperiode werden voornamelijk tulpen gekweekt en in minder mate narcissen. Later kwam hier ook hyacinten bij.
1937
Tweede vestiging aan de Middenweg
Naast de in 1926 aangekochte boerderij aan de Meerweg kreeg Gebroeders Kapiteyn aan de Middenweg de beschikking over een stuk grond met daarop een pas vijf jaar oude en voor die tijd moderne dubbeldeks bloembollenschuur. Op deze locatie bevindt zich nu de hoofdvestiging van het familiebedrijf.
1944
Tulpenbollen op het menu
Mogen bloemen in moeilijke of verdrietige tijden vaak troost bieden, in tijd van oorlog hebben mensen toch andere prioriteiten. Bovendien dienden de weinige bloembollen die toen nog werden verbouwd uiteindelijk in de hongerwinter van 1944/1945 als voedsel.
1947
Familiebedrijf breidt uit
In dit jaar werd aan de Grasweg een stuk land met opstallen aangekocht. Later zou het areaal nog verder worden uitgebreid en werden hier eerst de kwekerij en later ook de veredelingsafdeling gevestigd.
1953
Vijf maanden per jaar op reis
De tweede generatie stroomde het bedrijf binnen. Zowel van Cornelis, Jan als Adriaan elk twee zonen. Van hen ging Leo, een zoon van Jan, regelmatig op handelsreis naar Amerika. Niet voor een paar dagen maar meestal voor zo’n vier tot vijf maanden per jaar. De oversteek maakte hij per schip en deze duurde dan twaalf dagen. Gezien de grote afstanden die hij in Amerika moest afleggen kocht hij bij aankomst een auto en verkocht deze weer als hij naar Nederland terugging. Daar stortte hij zich dan weer op de leiding en groei van de kwekerij.
1969
Naar Italië
Op de dag dat Leo, een zoon van Cornelis, een Simca 1000 tot zijn beschikking kreeg, reed hij er direct mee naar Italië. Op goed geluk en gewapend met een orderboek en een pen trok hij met deze auto ook de bergen in, waar veel kleine tuinders actief waren. “Dan gebeurde het nog wel eens dat ik dat Simcaatje onderaan de berg moest laten staan en te voet naar boven moest. En ik kan je vertellen, wij Hollanders zijn niet echt gewend aan bergen beklimmen, zeker niet bij een hoge temperatuur.” Leo, zoon van Adriaan, reisde op zijn beurt naar Frankrijk en regelde daarnaast de inkoop en administratie, terwijl zijn broer Hans zijn eerste reiservaring opdeed in Engeland. Harry, zoon van Cornelis, en Jan, zoon van Jan, ondersteunden vooral het team op de kwekerij.
1980
De derde generatie meldt zich
Vanaf beginjaren tachtig ging de derde generatie voor het familiebedrijf aan de slag. Net als bij de tweede generatie kwamen in de daaropvolgende jaren ook nu weer zes Kapiteijns aan het roer van het familiebedrijf te staan.
1992
De liefde van een Kapiteyn
Toen de derde generatie zich meldde, kwam deze in contact met de Calla. Het was liefde op het eerste gezicht. Maar dat niet altijd alles over rozen gaat, werd al snel duidelijk. De teelt en veredeling van dit product bleek bijzonder lastig te zijn en de eerste broeierij had een uitval tot 75 procent. Kon dit nog goed komen? Ondertussen kent Kapiteyn zijn Calla van haver tot gort en is onze liefde voor deze mooie bloemsoort alleen maar sterker geworden.
1998
Bewijs van goed gedrag
Na een aantal succesvolle audits wordt ons bedrijf ISO 9002 gecertificeerd. Dit officiële kwaliteitscertificaat wordt uitgereikt als een organisatie voldoet aan de eisen van de klanten, de op het product van toepassing zijnde wet- en regelgeving en de eisen van de organisatie zelf. Op al deze punten scoren wij dus goed.
2019
De vierde generatie
Ondertussen zijn de eerste drie vertegenwoordigers van de vierde generatie ook actief binnen het familiebedrijf.
2020
Zonnepanelen
In 2020 zette Kapiteyn een belangrijke stap richting duurzaamheid door zonnepanelen te installeren op de daken van haar faciliteiten. Het initiatief begon bij de nieuwe Captain Calla-productielocatie. In de jaren daarna werden ook zonnepanelen geplaatst bij Kapiteyn b.v. en Kapiteyn horticulture b.v., waarmee het bedrijf zijn inzet voor duurzame bedrijfsvoering verder versterkte.
2026
100 jaar Kapiteyn vieren!
In 2026 viert de Kapiteyn group haar 100-jarig jubileum. Een mijlpaal die we met trots delen met ons team, onze klanten, partners en stakeholders. Terwijl we een eeuw aan vakmanschap en ondernemerschap eren, kijken we vol vertrouwen vooruit. We blijven ons inzetten voor het bouwen aan een toekomst waarin Kapiteyn er over 100 jaar nog steeds is.

